Op deze drukkend warme zaterdagmorgen hadden Piet, Raymond, Bjorn, Huib, Annie, Jo V, Geert, Sef, Math, Chris en Hay desondanks snode plannen om deze rit te rijden. Raymond en Bjorn gingen al vooruit als een A groep en de rest klonterde ook samen als een groep. De rit verliep voorspoedig en ooggetuigen zagen hen door Sittard, Geleen en Spaubeek sjezen alhoewel een oplettende voorbijganger vanaf Schimmert ongeveer Geert niet meer bij de groep bespeurde; die had inmiddels zijn eigen plan getrokken. En in Schimmert zagen we Bjorn en Raymond al op het terras zitten. Zij zwaaiden vriendelijk en even later voegde Blorn zich bij ons en Raymond was met maagklachten terug naar huis gereden. Na het afrijden van het ietwat vervelende fietspad na Valkenburg tot Wittem begon de heuvelzone met de mooie weg naar en door Bommerig tot aan de voet van de Camerig.Die lieten we letterlijk links liggen om naar Hombourg te rijden waar de lange klim naar Henry Chapelle eigenlijk al begint, zij het dat het begin lang vals plat genoemd kan worden. De profs zullen het wel als vlakke weg duiden, maar wij zijn nu eenmaal geen profs nietwaar. Na een kilometer of wat gaat het eerst nog onder het spoor door, daarna gelijk links op een weg die vroeger waarschijnlijk een mooie asfaltweg is geweest maar die nu slechter is dan een gemiddeld bospad. We moesten daar bijkans midden op de weg rijden om de gaten te omzeilen. De automobilisten aldaar weten blijkbaar hoe die weg erbij ligt want er werd geen enkele keer getoeterd wanneer ze ons voorbij reden. Jo had in Math een hele luxe “knecht” die hem voorbeeldig op sleeptouw nam tot bovenaan. Daarna werd even barrage gemaakt om iets te eten en vooral te drinken want het was ondertussen wel heel erg warm en benauwd geworden en de bidons raakten snel leeg. Het waterpunt op de Molenweg was de oase die we voor ogen hadden. Maar eerst werd bij het oorlogskerkhof halt gemaakt om nog water te tanken. Het was “eau non potable” maar desondanks vulden enkelen toch hun veldflessen met dit gechloreerd water. Het water was blijkbaar goed genoeg want we hebben niets meer gehoord over klachten die daaraan te relateren zouden zijn. We hadden nu een heel mooi stuk voor de wielen; de lichte afzink naar Hagelstein en dan rechts naar de Planck. De gaskraan ging royaal open en zorgde ervoor dat de groep in twee stukken uiteen viel en pas weer samensmolt in Terlinden. Via Banholt ging het vervolgens naar Bruisterbos en linksaf naar Cadier en Keer om van daaruit af te dalen naar Bemelen. Het waterpunt lonkte inmiddels al vanuit de verte en eenmaal aangekomen werden de bidons royaal bijgevuld. Jo nam nog een heerlijk koude douche door de inhoud van een net gevulde bidon over zich heen te gieten (doen ze in de Tour ook, dus dan zal dat wel helpen:). Daarna was Parijs niet ver meer in kilometers maar de afgelegde kilometers in combinatie met de hitte zorgden er voor dat we redelijk uitgepierd op de vélo’s kwamen te zitten en blij waren toen we eindelijk café Het Hingen bereikten. Man, wat smaakten die eerste glazen heerlijk, die daarna trouwens ook. En toen de sterke verhalen weer over tafel gingen, was dat een aanwijzing dat de ergste vermoeienissen begonnen te verdwijnen.
A Vous Hilversoem
De Razende Reporter
Redactionele aanvulling: Marc Kakkenberg en Peter Winteraeken waren ook van de partij, Peter en Geert zijn in Valkenburg afgezwaaid.